Tijdens een zomerkamp vinden vijftien kinderen, acht jongens en zeven meisjes, een grot aan de zee. Diep vanbinnen ontdekken ze werkende computers en wat elektronische apparatuur, en even later de eigenaar, een man genaamd Kokopelli. Kokopelli beweerde een programmeur te zijn die werkte aan een gloednieuw spel, waarin een grote robot de aarde moet verdedigen tegen vijftien invasies van buitenaardse wezens. Hij haalt de kinderen over om het spel te testen en een contract te ondertekenen. Op één na ondertekenen ze allemaal; nauwelijks een moment later worden ze op mysterieuze wijze wakker op de kust, in de veronderstelling dat wat er gebeurd is slechts een droom was.